Halloumi of Challoumi (Xalloumi) - en Hellim in het Turks - is een traditionele Cypriotische kaas. Het is een half-vaste kaas van koeien-, schapen-, geitenmelk of een mengsel ervan. De structuur houdt het midden tussen feta en mozzarella. Er zit soms wat munt bij of door. Dit voegt toe aan de smaak maar heeft ook een anti bacterieel effect.
Etymologisch gezien komt de naam van het Arabische woord voor kaas: ‘khllum’. Het is een specialiteit die al meer dan 2000 jaar gemaakt wordt. Vermoedelijk ligt de oorsprong bij de Bedoeïenen. Dit type kaas is ook in Libanon, Egypte en Libië bekend. De methode om Halloumi te maken staat al beschreven in een 17de eeuws manuscript van de Cypriotische monnik Agapios. De kaas werd in deze eeuw ook al geëxporteerd. De naam Halloumi/Hellim is sinds een paar jaar beschermd en mag in Europa, Amerika en Canada alleen voor de kaas uit Cyprus gebruikt worden.
De schrijfwijze "Halloumi" is Brits en stamt uit de Britse Koloniale periode. Via Groot-Brittannië is de kaas ook naar Australië gereisd waar hij nu ook lokaal gefabriceerd wordt.
Traditioneel werd de Halloumi gemaakt door de vrouwen van de herders. De melk van schaap, geit, koe of een mengsel ervan wordt in een van oorsprong koperen pan gedaan, de hardjin. Daar gaat vervolgens de levende kultuur bij - phithkia, een stof uit de 4de maag van geiten en schapen - en de pan wordt een uur lang afgedekt.
De wei wordt af en toe geroerd met de Kanni, een riet met daaraan een takje thijm. Dan drijft "de kaas" aan de de oppervlakte. Die wordt vervolgens afgeschept en men laat ze in een zeef uitlekken. Dan wordt de kaasmassa geperst, in stukken gesneden en per stuk in linnen gewikkeld.
Nu worden deze kaasjes een uur gekookt in de overgebleven wei. Tot slot worden de kaasjes in een ronde rieten vorm gedrukt, de Talari, met zout en munt gekruid, en met de hand tot ovaaltjes gevormd en -vaak- in nylon kousen te drogen gehangen....









